ECLI:NL:HR:2009:BI0456
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonbegrip bij terbeschikkingstelling auto door ex-werkgever
In deze zaak stond centraal of het voordeel uit een in 2005 door een voormalige werkgever ter beschikking gestelde auto moet worden gerekend tot het loon voor de Wet inkomstenbelasting 2001. De erfgenamen van de belastingplichtige, die sinds 2003 een WAO-uitkering ontving en niet meer in dienst was, betwistten dat dit voordeel tot het belastbare inkomen behoort.
De Rechtbank had geoordeeld dat er geen sprake was van loon uit vroegere dienstbetrekking omdat de belastingplichtige in 2005 niet meer in dienst was en het voordeel uit de auto geen loon vormde. De Hoge Raad stelde echter dat de wetgever met de invoering van artikel 3.82 Wet IB 2001 geen inhoudelijke wijziging beoogde ten opzichte van de Wet IB 1964, waarbij het voordeel uit een ter beschikking gestelde auto wel als loon uit vroegere dienstbetrekking werd gezien.
De Hoge Raad verwierp ook de stelling dat het voordeel als een vrije vergoeding kon worden aangemerkt en dat de forfaitaire waarderingsregel niet van toepassing zou zijn. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het beroep tegen de aanslag ongegrond. De aanslag inkomstenbelasting bleef daarmee in stand.
Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verklaart het beroep tegen de aanslag ongegrond; de aanslag blijft in stand.