ECLI:NL:HR:2009:BI0255
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek geuridentificatieproeven bij gewapende overvallen
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 1996, waarin de aanvrager is veroordeeld voor betrokkenheid bij drie gewapende overvallen. De veroordeling steunt mede op geuridentificatieproeven uitgevoerd in 1995. De aanvrager stelde dat deze proeven niet 'blind' zijn uitgevoerd, wat de betrouwbaarheid van het bewijs zou ondermijnen.
De Hoge Raad onderzocht de aangevoerde nieuwe feiten, waaronder een onderzoek van de Rijksrecherche dat in latere periodes (1997-2006) gebreken in de uitvoering van geurproeven aantoonde. De Raad oordeelde echter dat deze bevindingen niet zonder meer op de proeven uit 1995 kunnen worden toegepast en dat het hof destijds voldoende onderzoek had verricht naar de betrouwbaarheid van de proeven.
De Hoge Raad benadrukte dat de aanvrager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het niet-blind uitvoeren van de geurproeven een vrijspraak of andere gunstige uitkomst zou hebben opgeleverd. Ook werd geen reden gezien voor nader onderzoek. Het verzoek tot herziening werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af wegens onvoldoende bewijs voor het vermoeden dat de geurproeven niet blind zijn uitgevoerd.