ECLI:NL:HR:2009:BH9799

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12274
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen arrest betalingsvordering en ontbindingsovereenkomst

In deze zaak vorderde verweerder betaling van een bedrag van ƒ 135.000,-- dat hij eerder had overgemaakt, dan wel ontbinding of nietigverklaring van overeenkomsten tussen partijen. De rechtbank Arnhem wees de vorderingen af. Verweerder stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis vernietigde en eiseres B veroordeelde tot betaling van € 61.230,33, vermeerderd met wettelijke rente.

Eiser c.s. stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en veroordeelt eiser c.s. in de kosten van het cassatiegeding, waarbij aan de zijde van verweerder nihil is begroot.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Arnhem tot veroordeling tot betaling van het bedrag met rente.

Uitspraak

3 april 2009
Eerste Kamer
07/12274
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van
1. [Eiser A],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres B],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Eiseres C ],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS in cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder]
1. Het geding in feitelijke instanties
[verweerder] heeft bij exploot van 30 juni 2005 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd;
- te verklaren voor recht dat het door [verweerder] op 15 mei 2000 overgemaakte bedrag van ƒ 135.000,-- onverschuldigd is betaald, subsidiair te verklaren voor recht dat de overeenkomst inzake de participatie door een brief van 23 maart 2005 is ontbonden, meer subsidiair dat de tussen partijen op 11 april 2001 gesloten overeenkomsten nietig zijn, althans vernietigbaar, alsmede in het laatste geval de betreffende overeenkomsten te vernietigen.
- [eiser] c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan [verweerder] te restitueren het door [verweerder] overgemaakte bedrag van ƒ 135.000,-- (€ 61.260,33), vermeerderd met rente en kosten.
[eiser] c.s. hebben de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen te hebben gehouden, bij vonnis van 28 december 2005 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. In de appeldagvaarding heeft hij zijn eis in zoverre gewijzigd dat hij niet langer vordert [eiser] c.s. te veroordelen tot restitutie van het door [verweerder] overgemaakte bedrag, maar tot betaling van genoemd bedrag.
Bij arrest van 8 mei 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiseres B] veroordeeld om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 61.230,33 (ƒ 135.000,--), vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 10 april 2005 tot de dag van betaling en de vorderingen van [verweerder] voor het overige ontzegd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 april 2009.