ECLI:NL:HR:2009:BH9748

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04184
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 onder c FwArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling volgens art. 350 lid 3 onder c Fw

Verzoekers tot cassatie, beiden woonachtig te een woonplaats, waren betrokken bij een schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Breda definitief was uitgesproken. Op verzoek van de bewindvoerder werd de toepassing van deze regeling tussentijds beëindigd bij vonnis van 12 februari 2008. Verzoekers stelden hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis bekrachtigde met aanpassing van de motieven.

Tegen het arrest van het hof werd vervolgens cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 8 mei 2009.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

8 mei 2009
Eerste Kamer
08/04184
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1], en
2. [Verzoeker 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker 1] en [verzoeker 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnissen van de rechtbank Breda van 10 april 2007 is ten aanzien van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Op verzoek van de bewindvoerder heeft de rechtbank bij vonnis van 12 februari 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregelingen tussentijds beëindigd.
Tegen dit vonnis hebben [verzoeker 1] en [verzoeker 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 24 september 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd met aanpassing van gronden.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker 1] en [verzoeker 2] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 mei 2009.