ECLI:NL:HR:2009:BH9030
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijk opzet toereikend voor bewezenverklaring voorbereidingshandelingen volgens art. 46 Sr
In deze strafzaak stond de vraag centraal of voor het bewijs van het bestanddeel 'opzettelijk' in art. 46 Sr Pro, dat voorbereidingshandelingen strafbaar stelt, voorwaardelijk opzet volstaat of dat een oogmerk vereist is.
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het voorbereiden van een geweldsincident tegen supporters van ADO/FC Den Haag, waarbij hij onder meer scherpe voorwerpen, een jerrycan benzine en honkbalknuppels bij zich had. Het hof achtte bewezen dat hij deze voorbereidingshandelingen met opzet had verricht, waarbij voorwaardelijk opzet werd aangenomen.
Het cassatiemiddel betoogde dat voorwaardelijk opzet niet toereikend zou zijn en dat een oogmerk bewezen moest worden. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit onjuist is, gelet op de bewoordingen van art. 46 Sr Pro en de wetsgeschiedenis, waarin expliciet is gesteld dat voorwaardelijk opzet voldoende is.
Daarmee verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde de rechtspraak dat voorwaardelijk opzet volstaat voor de bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen onder art. 46 Sr Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; voorwaardelijk opzet is toereikend voor bewezenverklaring voorbereidingshandelingen art. 46 Sr.