ECLI:NL:HR:2009:BH8800
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM bij afluisteren gesprek zonder inbreuk op privacy verdachte
In deze strafzaak stond centraal of het heimelijk meeluisteren door een verbalisant tijdens een telefoongesprek tussen verdachte en de aangeefster een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte opleverde, waardoor het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard. De politie had op instigatie van de aangeefster een deel van het telefoongesprek afgeluisterd, zonder zelf sturend op te treden.
Het Hof oordeelde dat het meeluisteren niet strafbaar was en geen inbreuk maakte op de privacy van verdachte zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, omdat het gebeurde op verzoek van een gesprekspartner en zonder sturing door de politie. Het cassatieberoep van verdachte, die stelde dat dit een ernstige schending van de procesorde was en tot niet-ontvankelijkheid van het OM moest leiden, werd door de Hoge Raad verworpen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar dat gezien de opgelegde geldboete en de mate van overschrijding geen rechtsgevolgen aan deze termijnoverschrijding verbonden hoefden te worden. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het Hof en verwierp het beroep van verdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen; het OM blijft ontvankelijk ondanks het heimelijk meeluisteren door de politie.