ECLI:NL:HR:2009:BH7256
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest Hof wegens onbegrijpelijke afwijzing aanhoudingsverzoek verdachte
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het Hof het verzoek tot aanhouding van de zaak heeft afgewezen. De verdachte wilde de behandeling van de zaak aanhouden om een nieuwe raadsman te zoeken na een vertrouwensbreuk met zijn toenmalige raadsman.
Tijdens de terechtzitting van 21 maart 2007 verklaarde verdachte dat hij meerdere keren met zijn raadsman had gesproken, maar dat de vertrouwensbreuk was ontstaan naar aanleiding van een pleitnota. Hij verzocht het Hof de zaak aan te houden om een nieuwe raadsman te zoeken. Het Hof wees dit verzoek af met de motivering dat verdachte er zelf voor had gekozen pas kort voor de terechtzitting overleg te voeren en dat het belang van voortvarende rechtspleging zwaarder woog.
De Hoge Raad oordeelt dat deze vaststelling van het Hof onbegrijpelijk is, omdat uit het proces-verbaal blijkt dat verdachte juist meerdere keren overleg had gehad en dat de vertrouwensbreuk pas kort voor de zitting was ontstaan. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.