ECLI:NL:HR:2009:BH5459

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03090
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afgewezen verzoek curator tot vaststelling van salaris en faillissementskosten

Bij vonnis van 24 april 2002 werd het faillissement van betrokkene uitgesproken en werd verzoeker benoemd tot curator. Verzoeker vroeg de rechtbank om vaststelling van zijn salaris en faillissementskosten over de periode van 24 april 2002 tot 6 april 2006, waarbij hij een salaris van € 99.954,76 en kosten van € 3.574,37 voorstelde.

De rechter-commissaris adviseerde de rechtbank om het salaris en de kosten niet hoger vast te stellen dan € 30.000 inclusief btw. Na diverse schriftelijke standpunten en een hoorzitting stelde de rechtbank bij eindbeschikking van 22 april 2008 het salaris vast op € 76.954,76 en de faillissementskosten op € 3.078,19, exclusief publicatiekosten.

Verzoeker stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform art. 81 RO Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vaststelling van salaris en faillissementskosten.

Uitspraak

8 mei 2009
Eerste Kamer
08/03090
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M. Stol.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instantie
Bij vonnis van 24 april 2002 is het faillissement van [betrokkene 1] uitgesproken met aanstelling van [verzoeker] als curator.
In de onderhavige procedure heeft [verzoeker] de rechtbank 's-Gravenhage verzocht om vaststelling van zijn salaris en het bedrag van de faillissementskosten op grond van ingediende declaraties over de periode van 24 april 2002 tot 6 april 2006. [Verzoeker] heeft een salaris van € 99.954,76 en een bedrag aan kosten van € 3.574,37 voorgesteld.
De rechtbank heeft de rechter-commissaris omtrent het verzoek gehoord. In zijn memo van 15 maart 2007 heeft de rechter-commissaris de rechtbank geadviseerd om het salaris en het bedrag van de kosten niet hoger vast te stellen dan € 30.000,-- inclusief btw.
Nadat [verzoeker] zijn standpunten bij brieven van 14 maart en 18 april 2007 had uiteengezet, heeft de rechtbank hem op 25 april 2007 gehoord.
Bij tussenbeschikking van 12 juli 2007 heeft de rechtbank de opvolgend curator, [betrokkene 2], en [verzoeker] verzocht hun standpunten nader uiteen te zetten. [Betrokkene 2] heeft dit bij brief van 20 september 2007 gedaan. [Verzoeker] heeft bij brief van 30 november 2007 op de brief van [betrokkene 2] gereageerd.
De rechtbank heeft bij eindbeschikking van 22 april 2008 het salaris van [verzoeker] over de periode van 24 april 2002 tot 6 april 2006 vastgesteld op € 76.954,76,-- (inclusief de verschuldigde omzetbelasting). De rechtbank heeft voorts het bedrag van de faillissementskosten over genoemde periode, behoudens de publicatiekosten, vastgesteld op € 3.078,19.
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieverzoek.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 18 maart 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 mei 2009.