ECLI:NL:HR:2009:BH4475
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in strafzaak verduistering en oplichting
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Breda uit 2000, waarbij de aanvrager werd veroordeeld voor verduistering en oplichting met betrekking tot bankcheques van de Generale Bank.
De rechtbank had vastgesteld dat de aanvrager zich ten onrechte had voorgedaan als gerechtigde tot een groot geldbedrag en de bankcheques had verzilverd zonder volmacht. De aanvrager stelde dat er sprake was van een stilzwijgende volmacht en dat een medewerker van de Rabobank op de hoogte was van de gang van zaken.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de overgelegde stukken geen bewijs voor een dergelijke volmacht of kennis van de Rabobankmedewerker kon worden afgeleid. Er was geen nieuw feitelijk bewijs dat het onderzoek op de terechtzitting had kunnen beïnvloeden.
Daarom werd het herzieningsverzoek afgewezen en bleef de veroordeling van negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, in stand.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen en de veroordeling blijft in stand.