ECLI:NL:HR:2009:BH4436

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00607
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad na bestuursdwang door gemeente Ubbergen

De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Ubbergen en een particuliere eiseres over schadevergoeding wegens onrechtmatige overheidsdaad. De eiseres had de gemeente gedagvaard en vorderde vergoeding van gederfde inkomsten over een periode van 1986 tot 1994 en toekomstige schade.

De rechtbank wees de vorderingen van de eiseres af, maar het gerechtshof vernietigde deze vonnissen en veroordeelde de gemeente tot betaling van diverse bedragen aan de eiseres, vermeerderd met wettelijke rente. De gemeente stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraken.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de gemeente niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De Hoge Raad veroordeelde de gemeente tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het oordeel van het hof in stand dat de gemeente aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door bestuursdwang in strijd met de wet.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Ubbergen wordt verworpen en de gemeente wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

24 april 2009
Eerste Kamer
08/00607
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DE GEMEENTE UBBERGEN,
zetelend te Beek-Ubbergen, gemeente Ubbergen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 22 december 1994 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en onder meer gevorderd, kort gezegd, de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van gederfde inkomsten ad ƒ 24.150,-- per jaar over de periode van 25 maart 1986 tot 1 december 1994 (in totaal ƒ 209.741,10), ƒ 66,16 per dag over de periode van 1 december 1994 tot aan de dag van voldoening en toekomstige inkomstenderving gedurende tien jaar, uitkomend op ƒ 109.641,--.
De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 16 juli 1998 een comparitie van partijen gelast. Nadat de rechtbank [verweerster] tot bewijslevering had toegelaten, heeft zij bij eindvonnis van 22 maart 2001 voormelde vordering van [verweerster] afgewezen.
Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De Gemeente heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Na tussenarresten van 16 maart 2004 en 20 december 2005 heeft het hof bij eindarrest van 16 oktober 2007 de vonnissen van de rechtbank van 16 juli 1998 en 22 maart 2001 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de Gemeente veroordeeld aan [verweerster] te betalen de bedragen van € 5.899,14, € 65.690,--, € 10.051,--, € 1.579,16, € 1.361,34 en € 4.086,75, vermeerderd met de wettelijke rente. Het hof heeft het incidenteel appel verworpen.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen zowel de tussenarresten als het eindarrest van het hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.731,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 april 2009.