ECLI:NL:HR:2009:BH4056
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot invordering douaneschuld bij extern communautair douanevervoer naar Zwitserland
In deze zaak gaat het om de invordering van invoerrechten en omzetbelasting door de Inspecteur van de Belastingdienst van belanghebbende, die als chauffeur betrokken was bij het vervoer van goederen onder douanetoezicht van Nederland naar Zwitserland. De goederen bereikten het kantoor van bestemming niet en het terugzendingsexemplaar van het douanedocument T1 was voorzien van een vervalste stempel.
De Inspecteur had aanslagen opgelegd en betaling gevorderd wegens onttrekking aan het douanetoezicht. Het Hof had geoordeeld dat de douaneautoriteiten niet bevoegd waren tot invordering bij andere schuldenaren dan de aangever, omdat voorafgaande kennisgeving aan de aangever of hoofdelijk aansprakelijke ontbrak. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst op de verplichting van de douaneautoriteiten om de aangever vooraf schriftelijk te informeren en hem de gelegenheid te geven bewijs te leveren over de regelmatigheid van het vervoer of de plaats van de onregelmatigheid.
De Hoge Raad verwijst naar vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en benadrukt dat deze kennisgeving een voorwaarde is voor de inningsbevoegdheid, ook bij invordering van douaneschuld bij andere douaneschuldenaren dan de aangever. De Inspecteur heeft deze verplichting niet nageleefd, waardoor hij niet bevoegd was tot invordering van de douaneschuld bij belanghebbende. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de Inspecteur niet bevoegd was tot invordering zonder voorafgaande kennisgeving.