ECLI:NL:HR:2009:BH4041
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vervoerder voor verlies lading door grove schuld en opzet volgens art. 29 CMR
In deze zaak ging het om een geschil over aansprakelijkheid voor het verlies van een zending huishoudelijke apparaten tijdens internationaal wegvervoer van Groningen naar Moskou. De vervoerovereenkomst viel onder het CMR-verdrag. De lading werd door een chauffeur van de feitelijke vervoerder op aanwijzing van onbekende personen afgeleverd bij een pakhuis nabij Moskou en vervolgens overgeladen in een Russische vrachtwagen, waarna de lading de geadresseerde niet bereikte.
De verzekeraar van de eiseressen stelde dat het verlies het gevolg was van opzet of grove schuld van de chauffeur, waardoor de aansprakelijkheidsbeperking van de vervoerder volgens art. 29 CMR Pro doorbroken zou zijn. De rechtbank en het hof wezen de vordering toe en verwierpen de stellingen van overmacht en bewijsaanbod van de eiseressen. Het hof oordeelde dat de chauffeur het gevaar kende en zich bewust was van de grote kans op verlies van de lading.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat voor doorbreking van de aansprakelijkheidsbeperking een subjectief besef van gevaar bij de chauffeur vereist is. Het hof had terecht geoordeeld dat de eiseressen onvoldoende gemotiveerd hadden betwist dat de chauffeur dit besef had. Klachten over de feitelijke waardering van het bewijs en het bewijsaanbod werden verworpen. Het beroep in cassatie werd verworpen en de eiseressen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.