ECLI:NL:HR:2009:BH3664
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen tussenbeschikking in familierechtelijke zaak
In deze familierechtelijke zaak verzocht de vader de rechtbank om een bijzonder curator te benoemen en vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van zijn minderjarige kind. De grootmoeder maakte bezwaar tegen dit verzoek, maar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar. De rechtbank verleende vervolgens de vervangende toestemming aan de vader.
De grootmoeder stelde hoger beroep in bij het gerechtshof, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en de grootmoeder ontvankelijk verklaarde in haar hoger beroep. De zaak werd aangehouden voor een nieuwe mondelinge behandeling. De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep betrekking had op een tussenbeschikking, waartegen volgens de wet slechts samen met de eindbeschikking cassatie kan worden ingesteld. Het beroep op schending van het beginsel van hoor en wederhoor maakte dit niet anders. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van de vader niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de vader niet-ontvankelijk wegens cassatie tegen een tussenbeschikking.