ECLI:NL:HR:2009:BH2413
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens schending artikel 8 EVRM bij heimelijke telefoongesprekopname
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het afleggen van onware verklaringen en het beïnvloeden van getuigen. De herzieningsaanvraag is gebaseerd op een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) waarin is vastgesteld dat artikel 8 EVRM Pro (recht op privacy) is geschonden door het heimelijk opnemen van telefoongesprekken met behulp van door de politie verstrekte apparatuur.
De Hoge Raad oordeelt dat de aanvraag binnen de wettelijke termijn is ingediend en dat herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel. Hoewel het EHRM de schending van artikel 8 EVRM Pro vaststelde, betekent dit niet automatisch dat de inhoud van de opgenomen telefoongesprekken als bewijs uitgesloten moet worden, temeer daar dit bewijsmiddel slechts ondergeschikte betekenis had in de bewijsvoering.
De primaire klacht van vrijspraak wordt afgewezen, maar vanwege het belang en de ernst van de geconstateerde schending en het onherstelbare vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, vermindert de Hoge Raad de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden naar twee maanden. De Hoge Raad spreekt de aanvrager niet vrij, maar past strafvermindering toe als rechtsherstel.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de voorwaardelijke gevangenisstraf van drie naar twee maanden wegens schending van artikel 8 EVRM.