ECLI:NL:HR:2009:BH1542
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijskracht van onderhandse akte bij geldlening
In deze zaak stond een geschil omtrent een geldlening centraal waarbij de bewijskracht van een onderhandse akte werd betwist. Verweerster had eiser gedagvaard om haar te ontheffen van een verstekvonnis dat haar tot betaling van €128.000 verplichtte. De rechtbank wees de vordering af na bewijsopdracht aan eiser. Het hof bekrachtigde dit oordeel bij arrest.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. Hiermee werd bevestigd dat de bewijskracht van onderhandse akten in overeenkomstenrecht standhoudt zoals toegepast in deze procedure.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.