ECLI:NL:HR:2009:BH1503
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring omtrent bezit gestolen creditcard en bankpassen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte werd bewezenverklaard dat hij op 8 februari 2005 een creditcard en drie bankpassen in bezit had, terwijl hij wist dat deze door diefstal verkregen waren.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse processen-verbaal, verklaringen van getuigen en politieonderzoeken, waaronder de vondst van de creditcard en bankpassen in een gehuurde auto waarin verdachte zat. De verdediging voerde aan dat de bewezenverklaring niet voldoende werd ondersteund door de bewijsmiddelen.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring niet uit de inhoud van de bewijsmiddelen kon worden afgeleid en dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd. Het bezit van creditcards en bankpassen is persoonlijk en op naam gesteld, maar het hof had niet voldoende bewijs geleverd dat verdachte wist dat deze goederen door diefstal verkregen waren.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 24 maart 2009.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.