ECLI:NL:HR:2009:BH1476
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onrechtmatige doorzoeking en ontoereikende motivering bewijsuitsluiting
In deze strafzaak stond centraal of de doorzoeking van de woning van verdachte op 2 mei 2006 rechtmatig was uitgevoerd. De doorzoeking werd verricht door een hulpofficier van justitie die mondeling door de rechter-commissaris was gemachtigd, terwijl de officier van justitie zelf verhinderd was. Het hof oordeelde dat deze machtiging onjuist was verleend, omdat eerst de officier van justitie zelf bevoegd is en dat de doorzoeking daardoor onrechtmatig was. Het bewijs verkregen bij deze doorzoeking werd uitgesloten.
De verdediging betwistte ook de toestemming van de bewoonster voor de doorzoeking, waarbij het hof oordeelde dat de verklaring van de bewoonster en het late proces-verbaal onvoldoende waren om toestemming aan te nemen. De Hoge Raad bevestigde dat de beslissing van de rechter-commissaris tot machtiging wel door de zittingsrechter getoetst kan worden en verwierp de klacht dat met 'officier van justitie' alleen de zaaksofficier bedoeld zou zijn.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het vormverzuim tot bewijsuitsluiting leidde, met name ontbrak de beoordeling van de ernst van het verzuim en het nadeel voor de verdachte. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze aspecten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onrechtmatige doorzoeking en ontoereikende motivering van bewijsuitsluiting en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.