ECLI:NL:HR:2009:BH0987
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in geurproefzaak diefstal met inklimming
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een vonnis van de Rechtbank Zutphen uit 2006, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor diefstal met inklimming in een woning te Winterswijk. De herzieningsaanvraag is gebaseerd op gerede twijfel aan de betrouwbaarheid van een geuridentificatieproef die in de oorspronkelijke strafzaak werd gebruikt.
De geuridentificatieproef, uitgevoerd door speurhondengeleiders, bleek mogelijk niet conform het protocol te zijn uitgevoerd, waarbij de hondengeleider vooraf op de hoogte was van de sorteervolgorde van geurmonsters. Dit leidde tot een vermoeden dat het bewijs onbetrouwbaar was. De Hoge Raad overwoog echter dat het bewezenverklaarde feit ook zonder het resultaat van deze proef voldoende werd ondersteund door ander bewijs, zoals getuigenverklaringen, een aangetroffen schoen en een bekentenis van de aanvrager.
De Hoge Raad concludeerde dat het ontbreken van het geurproefbewijs niet zou hebben geleid tot vrijspraak of een minder zware straf, zodat de herzieningsgrond niet is vervuld. Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor diefstal met inklimming.