ECLI:NL:HR:2009:BH0766
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst kantoorruimte en ontruimingsverplichting bevestigd
De zaak betreft een geschil over de ontbinding van een huurovereenkomst voor kantoorruimte gelegen aan een adres te een plaats. Verweerster had eiseres gedagvaard met het verzoek om een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst per 1 april 2004 was geëindigd, ontruiming van de ruimte en betaling van een maandelijkse vergoeding vanaf 1 juli 2004 tot daadwerkelijke ontruiming.
De kantonrechter verklaarde de huurovereenkomst ontbonden per genoemde datum en veroordeelde eiseres tot ontruiming en betaling van de vergoeding. Eiseres stelde hoger beroep in, maar het gerechtshof bekrachtigde het vonnis na een tussenarrest waarin bewijslevering werd opgedragen.
Eiseres stelde vervolgens cassatieberoep in tegen de arresten van het hof. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, en veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef de ontbinding en de betalingsverplichting ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de betalings- en ontruimingsverplichting van eiseres.