ECLI:NL:HR:2009:BH0607

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/198HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijswaardering in civiele vrijwaringszaak na verkeersongeval

Nationale Nederlanden (NN) dagvaardde verweerder voor vergoeding van een uitgekeerd bedrag na een verkeersongeval. Verweerder riep eiser in vrijwaring op, stellende dat eiser bestuurder was ten tijde van het ongeval. De rechtbank wees de vordering van verweerder in vrijwaring af na een getuigenverhoor.

Verweerder ging in hoger beroep bij het hof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank vernietigde en eiser veroordeelde tot betaling aan verweerder van hetgeen verweerder in de hoofdzaak aan NN moest betalen. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De Hoge Raad bevestigde daarmee de bewijswaardering en het oordeel van het hof, en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

23 januari 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/198HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R. Menschaert,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Nationale Nederlanden (hierna: NN) heeft bij exploot van 27 februari 2001 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen tot vergoeding van het door NN ter zake van een ongeval uitgekeerd bedrag.
[Verweerder] heeft bij dagvaarding in vrijwaring [eiser] opgeroepen.
Bij vonnis van 5 juni 2002 heeft de rechtbank in de hoofdzaak geoordeeld dat [verweerder] geen recht had op dekking en de vordering van NN toegewezen, en in de vrijwaringszaak [verweerder] toegelaten te bewijzen dat [eiser] de bestuurder was ten tijde van het ongeval.
De rechtbank heeft, na een getuigenverhoor, bij eindvonnis van 17 december 2003 in de vrijwaringszaak de vordering van [verweerder] afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Het hof heeft, na tussenarrest van 18 april 2006 waarbij [verweerder] is toegelaten tot het leveren van bewijs dat [eiser] bestuurder was ten tijde van het verkeersongeval, bij eindarrest van 20 maart 2007 het vonnis van de rechtbank van 17 december 2003 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] tegen kwijting te betalen al datgene waartoe [verweerder] in de hoofdzaak met rolnummer 01/822 ten behoeve van NN mocht worden veroordeeld.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 januari 2009.