ECLI:NL:HR:2009:BH0381

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00455
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt partneralimentatie regeling na echtscheiding

De vrouw verzocht bij de rechtbank Groningen om echtscheiding en boedelscheiding tussen haar en de man uit te spreken. De man verzocht vervolgens om een bijdrage in zijn levensonderhoud door de vrouw. De rechtbank stelde de partneralimentatie vast op €524 per maand met ingang van mei 2006.

De vrouw ging in hoger beroep tegen deze alimentatie, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde om de alimentatie te verhogen naar €820 per maand. Het hof verklaarde het incidentele beroep van de man tegen de echtscheidingsbeschikking niet-ontvankelijk, vernietigde de alimentatiebeschikking en stelde nieuwe bedragen vast die afliepen tot nihil in januari 2008.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het hof. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep, waarmee de alimentatiebeschikking van het hof in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de partneralimentatie zoals vastgesteld door het hof.

Uitspraak

20 maart 2009
Eerste kamer
08/00455
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
[De man],
voorheen wonende te [woonplaats], thans verblijvende in Kameroen,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 20 januari 2006 ter griffie van de rechtbank Groningen ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, tussen partijen echtscheiding uit te spreken, te bepalen dat partijen tot boedelscheiding dienen over te gaan en een boedelnotaris alsmede een onzijdig persoon aan te wijzen.
De man heeft een verweerschrift ingediend en bij zelfstandig verzoek verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de vrouw een bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud zal betalen.
De vrouw heeft het verzoek van de man bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 30 mei 2006 tussen partijen echtscheiding uitgesproken en iedere verdere beslissing aangehouden. Na verdere behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking van 10 oktober 2006 de door de vrouw aan de man te betalen bijdrage in de kosten van diens levensonderhoud met ingang van 16 mei 2006 bepaald op een bedrag van € 524,-- per maand.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De vrouw heeft in hoger beroep verzocht de beschikking van de rechtbank van 10 oktober 2006 te vernietigen voor zover het de vastgestelde partneralimentatie betreft. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en daarin verzocht de beschikkingen van 30 mei 2006 en 10 oktober 2006 te vernietigen en de door de vrouw aan de man te betalen partneralimentatie op € 820,-- per maand vast te stellen.
Bij beschikking van 31 oktober 2007 heeft het hof de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de beschikking van 30 mei 2006 en de beschikking van 10 oktober 2006 vernietigd voor zover het de door de vrouw aan de man te betalen bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud betreft. In zoverre opnieuw beslissende bepaalde het hof de door de vrouw aan de man te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de man
- met ingang van 16 mei 2006 tot 15 juli 2007 op € 631,-- per maand;
- vanaf 15 juli 2007 tot 15 januari 2008 op € 315,-- per maand;
- en vanaf 15 januari 2008 op nihil.
Het hof heeft voorts de beschikking waarvan beroep voor het overige bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 maart 2009.