ECLI:NL:HR:2009:BH0249
Hoge Raad
- Herziening
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens schending beroepsgeheim door zenuwarts
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de aanvrager, een zenuwarts, was veroordeeld voor het schenden van het beroepsgeheim door het verstrekken van vertrouwelijke medische informatie van een patiënt aan derden.
De aanvrager stelde dat toestemming van de patiënt aan de klachtencommissie en directie van het ziekenhuis ook impliciet toestemming gaf aan hem om deze gegevens openbaar te maken. Dit verweer werd door het hof verworpen, omdat dergelijke toestemming niet impliceert dat de aanvrager zelf de gegevens aan derden mag verstrekken.
Het herzieningsverzoek bevatte meerdere nieuwe feiten (novums), waaronder documenten die toestemming van de patiënt tot inzage in het dossier door bepaalde instanties zouden aantonen, en een passage uit een tuchtuitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat deze novums geen feiten van zodanige aard waren dat zij het onderzoek zouden hebben beïnvloed en dat zij niet tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zouden hebben geleid.
Verder werd gesteld dat het hof geen rekening had gehouden met richtlijnen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst en artikel 6 EVRM Pro, maar dit betrof geen feitelijke omstandigheid die voor herziening in aanmerking komt.
De Hoge Raad verklaarde het herzieningsverzoek dan ook kennelijk ongegrond en wees het af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling wegens schending van het beroepsgeheim.