ECLI:NL:HR:2009:BH0244
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken ernstig vermoeden persoonsverwisseling
De aanvrager vroeg herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de kantonrechter wegens vermeende persoonsverwisseling bij een snelheidsovertreding. Hij stelde dat de aangehouden persoon zich valselijk met zijn identiteit had voorgedaan, onder meer omdat het rijbewijs als vermist was opgegeven en de handtekening niet overeenkwam.
De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde gronden en concludeerde dat uit het dossier bleek dat de aangehouden persoon zelf zijn identiteitsgegevens had verstrekt, maar dat de juistheid daarvan niet was onderzocht. Het feit dat het rijbewijs was ingevorderd maar niet was overgedragen, maakte de situatie anders dan in de eerdere zaak waarop de aanvrager zich baseerde.
Verder was de handtekening op het overgelegde rijbewijs niet duidelijk zichtbaar, zodat vergelijking met de handtekening van de verdachte niet mogelijk was. Ook de overige aangevoerde omstandigheden, zoals het niet herkennen van de aard van de feiten en verklaringen over een boete, wekten geen ernstig vermoeden van persoonsverwisseling.
Daarmee ontbrak een voor herziening vereiste omstandigheid van feitelijke aard die het ernstig vermoeden wekt dat het onderzoek tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid. De Hoge Raad wees het verzoek tot herziening dan ook af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens het ontbreken van een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling.