ECLI:NL:HR:2009:BH0047
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake uitleg begrippen vergezellen en zenden in EG-verordening 1774/2002
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, Economische Kamer, in een strafzaak. Het centrale punt was de uitleg van de begrippen 'vergezellen' en 'zenden' zoals bedoeld in artikel 8 lid 3 van Pro de EG-verordening nr. 1774/2002, die verbindend is binnen de Nederlandse rechtsorde.
De raadsman van de verdachte heeft schriftelijk middelen van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en het beroep is formeel verworpen. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand en wordt de uitleg van de genoemde begrippen in de EG-verordening bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.