ECLI:NL:HR:2009:BG9883
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffing omzetbelasting na ambtshalve teruggaaf volgens artikel 20 lid 1 AWR
Belanghebbende heeft over het eerste halfjaar van 2005 omzetbelasting voldaan en daarnaast een ambtshalve teruggaaf ontvangen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op die na bezwaar en beroep werd vernietigd en verminderd tot nihil door de Rechtbank en het Hof.
Het geschil betrof de vraag of de ambtshalve teruggegeven omzetbelasting kon worden nageheven op grond van artikel 20 lid 1 AWR Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'betaald' in deze bepaling niet zo moet worden uitgelegd dat het saldo van betaalde belasting minus ambtshalve teruggaaf als onbetaald kan worden beschouwd.
Voorts stelde de Hoge Raad vast dat de teruggaaf niet was verleend naar aanleiding van een wettelijk verzoek, zodat de tweede volzin van artikel 20 lid 1 AWR Pro niet van toepassing was. De naheffing was dan ook niet mogelijk, omdat de naheffingsaanslag niet strekte tot naheffing van onbetaalde belasting, maar tot terugname van een ambtshalve verleende teruggaaf.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt niet bevestigd.