ECLI:NL:HR:2009:BG9178
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
De Hoge Raad behandelde op 31 maart 2009 het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 12 oktober 2006. Het beroep was gericht tegen de opgelegde straf. De Advocaat-Generaal adviseerde tot vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze tot twee jaar en tien maanden. De overige klachten van het beroep werden verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond.
Deze overschrijding leidde tot een strafvermindering van drie maanden. Er waren geen andere gronden voor vernietiging van het arrest. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twee jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatiefase.