ECLI:NL:HR:2009:BG8813

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01601
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen

De moeder heeft bij de rechtbank Alkmaar verzocht om eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen, wat door de rechtbank bij eindbeschikking van 2 mei 2007 werd toegewezen. De vader stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank op 10 januari 2008 bekrachtigde. Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep onderzocht en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelde dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. De Hoge Raad heeft het beroep van de vader verworpen, waarmee de beschikking van het hof en daarmee de wijziging van het gezag in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de moeder blijft belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.

Uitspraak

20 februari 2009
Eerste Kamer
08/01601
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 30 september 2004 ter griffie van de rechtbank Alkmaar ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de beide minderjarige kinderen van partijen.
De vader heeft het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandelingen van het verzoek en een tussenbeschikking van 19 juli 2006, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 2 mei 2007 bepaald dat de moeder wordt belast met de uitoefening van het gezag over de beide kinderen. Tussen de vader en de kinderen heeft de rechtbank een nieuwe omgangsregeling vastgesteld.
Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 10 januari 2008 heeft het hof de beschikking waarvan beroep, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft bij verweerschrift verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 februari 2009.