ECLI:NL:HR:2009:BG7414
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Toelating tussenkomst opvolgend eigenaar in vervroegde onteigeningsprocedure
De zaak betreft een procedure tot vervroegde onteigening van percelen in de gemeente Lansingerland, waarbij de Staat als eigenaar was aangewezen in het Koninklijk Besluit. Inmiddels waren de percelen door de Staat teruggeleverd aan opvolgend eigenaren, eiser 1 en eiser 2. Deze vroegen de rechtbank om tussenkomst in de onteigeningsprocedure tussen de Gemeente en de Staat, maar hun verzoeken werden afgewezen omdat zij volgens de rechtbank reeds partij waren.
De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van subjectieve cumulatie waarbij de verschillende onteigeningsvorderingen in één procedure zijn samengevoegd, maar dat dit niet betekent dat opvolgend eigenaren automatisch partij zijn in de procedure tegen de Staat. De opvolgend eigenaren hebben op grond van artikel 3 lid 2 van Pro de Onteigeningswet een ruime mogelijkheid tot tussenkomst, zeker nu zij de eigendom van de percelen hebben teruggekregen.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en laat de opvolgend eigenaren toe als tussenkomende partijen in de procedure. De kosten van het cassatiegeding worden gereserveerd tot de einduitspraak. Hiermee wordt de positie van opvolgend eigenaren in onteigeningsprocedures versterkt en verduidelijkt dat zij niet automatisch partij zijn zonder tussenkomst.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en laat de opvolgend eigenaren toe als tussenkomende partijen in de onteigeningsprocedure.