ECLI:NL:HR:2009:BG5848

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/141HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Invorderingswet 1990Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor belastingbetaling wegens niet-melden betalingsonmacht

In deze zaak vorderde de Ontvanger van de Belastingdienst Randmeren dat eiseres c.s., als bestuurders van een vennootschap, hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld voor de betaling van belastingbedragen die de vennootschap verschuldigd was wegens een naheffingsaanslag. De vordering was gebaseerd op het niet nakomen van de meldingsplicht van betalingsonmacht zoals voorgeschreven in artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990.

De rechtbank te Zwolle wees de vordering toe, wat door eiseres c.s. werd bestreden. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en eiseres c.s. werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de hoofdelijk aansprakelijkheid van bestuurders voor belastingbetalingen wanneer zij niet voldoen aan de meldingsplicht betalingsonmacht, zoals bedoeld in de Invorderingswet 1990.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres c.s. wordt verworpen en de hoofdelijk aansprakelijkheid voor de belastingbetaling wordt bevestigd.

Uitspraak

6 februari 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/141HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.C.J. Smallenbroek,
t e g e n
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST RANDMEREN,
kantoorhoudende te Lelystad,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Ontvanger.
1. Het geding in feitelijke instanties
De Ontvanger heeft bij exploot van 3 april 1997 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Zwolle en gevorderd, kort gezegd, [eiser] c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan hem te betalen ƒ 928.342,-- (€ 421.263,23) respectievelijk ƒ 936.322,12 (€ 424.884,45), te vermeerderen met rente en kosten.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 23 juni 2004 en 20 oktober 2004, bij eindvonnis van 14 september 2005 de vordering toegewezen.
Tegen deze vonnissen hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 16 januari 2007 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Ontvanger mede door mr. S.M. Kingma, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 12 december 2008 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.