ECLI:NL:HR:2009:BG5621
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening van veroordeling wegens overtreding verkeersregels met opschorting tenuitvoerlegging
De Hoge Raad behandelde een aanvrage tot herziening van een vonnis van de Kantonrechter te Assen van 1 februari 2007, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor overtreding van artikel 22, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De opgelegde straf bestond uit een geldboete van € 260,-, subsidiair 5 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 4 maanden met een proeftijd van 1 jaar.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvrage gegrond moest worden verklaard en dat, indien nodig, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst of opgeschort moest worden. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat er sprake was van omstandigheden als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, waardoor de aanvrage gegrond was.
De Hoge Raad besloot de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden te verwijzen voor nieuwe behandeling en afdoening conform artikel 467, eerste lid, Sv. Tevens werd de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het oorspronkelijke vonnis bevolen. Dit arrest werd gewezen door vice-president Koster als voorzitter en raadsheren Balkema en Thomassen, waarbij Thomassen niet ondertekende wegens verhindering.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden met opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis.