ECLI:NL:HR:2009:BG5608
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dubbele berechting op grond van artikel 68 Sr bij bezit harddrugs op verschillende data
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd vervolgd voor het bezit van harddrugs op 10 oktober 2002. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens dubbele berechting, omdat de verdachte voor een soortgelijk feit op 2 november 2002 reeds was berecht en vrijgesproken.
Het hof oordeelde dat het feit van 10 oktober 2002 niet hetzelfde was als het feit van 2 november 2002, mede gelet op het verschil in pleegdatum en de inhoud van de tenlasteleggingen. Het hof concludeerde dat er geen sprake was van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr Pro en verwierp het verweer tot niet-ontvankelijkheid.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het verband tussen de gedragingen niet zodanig is dat sprake is van hetzelfde feit. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de vervolging voor het bezit van harddrugs op 10 oktober 2002 rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen sprake van dubbele berechting volgens artikel 68 Sr.