ECLI:NL:HR:2009:BF3162
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging terbeschikkingstelling zonder medisch advies niet in strijd met EVRM
In deze cassatiezaak stond de vraag centraal of een last tot terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging alleen kan worden opgelegd indien een medisch deskundige of specialist een dergelijk advies geeft. De verdachte stelde dat het opleggen van tbs zonder dergelijk advies een willekeurige vrijheidsbeneming oplevert in strijd met artikel 5, eerste lid onder e, EVRM.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof zijn oordeel had gebaseerd op gedragsdeskundigenrapporten die weliswaar de geestelijke toestand en toerekeningsvatbaarheid van de verdachte behandelden, maar geen expliciet advies tot oplegging van tbs bevatten. De Hoge Raad benadrukte dat het recht niet vereist dat een dergelijk medisch advies noodzakelijk is voor het opleggen van tbs. De beslissing berust bij de rechter die op grond van de ernst van het strafbare feit en de omstandigheden kan besluiten tot tbs als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Verder overwoog de Hoge Raad dat de vrijheidsbeneming door de rechterlijke beslissing tot tbs niet alleen valt onder artikel 5, eerste lid onder e, EVRM, maar ook onder artikel 5, eerste lid onder a, EVRM. De Hoge Raad verwierp het beroep en constateerde dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, maar dat dit geen rechtsgevolg had in deze zaak.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het opleggen van tbs zonder dat een medisch deskundige een opname in een tbs-inrichting met dwangverpleging adviseert.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat tbs zonder medisch advies rechtmatig kan worden opgelegd.