ECLI:NL:HR:2009:BB3371
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over inhouding dividendbelasting bij aandelenruil
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de gestelde inhouding en afdracht van dividendbelasting bij de ruil van aandelen A en B in aandelen C, gevolgd door beroep bij het hof wegens het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaar. Het hof verklaarde het beroep gegrond voor het niet doen van uitspraak, maar ongegrond voor het overige. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat de betaling door K aan de Staat niet strekt tot inhouding van dividendbelasting door belanghebbende, gelet op de overeenkomst en het biedingsbericht waarin expliciet is vermeld dat de betaling niet als dividendbelasting wordt beschouwd. Hierdoor was het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard door het hof op onjuiste gronden; het bezwaar is wel ontvankelijk maar ongegrond.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het het bezwaar inhoudelijk afwijst, verklaart het bezwaar ongegrond, wijst de proceskosten toe aan belanghebbende en verwijst de zaak niet terug. Hiermee wordt de positie van belanghebbende versterkt ten aanzien van de dividendbelastinginhouding bij deze aandelenruil.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verklaart het bezwaar van belanghebbende ongegrond.