ECLI:NL:HR:2009:BA3304
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over accijnsverhoging en vergunningplicht voor gasoliegebruik aan boord van schepen
Belanghebbende, handelaar in minerale oliën met een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, leverde tussen februari 1997 en januari 2001 57.000 liter gasolie aan een schip waarvan de eigenaar geen bunkervergunning had. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en een verhoging van honderd procent op wegens het ontbreken van een vergunning bij de afnemer en het niet voldoen van accijns.
Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen en verhoging, en verklaarde het Hof het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat de vergunningplicht in strijd was met de Structuurrichtlijn minerale oliën 92/81/EEG en dat de bewijslast onterecht bij de vergunninghouder werd gelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat de oliën niet voor de vrijgestelde doeleinden waren gebruikt en dat de vergunningplicht niet in strijd is met de richtlijn. Wel werd de verhoging verminderd tot €500 vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de accijnsverhoging verminderd tot €500.