ECLI:NL:HR:2009:AZ7921

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
41726
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 lid 3 Wet op de accijnsArt. 66 Wet op de accijnsArt. 60 Uitvoeringsregeling accijnsArt. 8 Structuurrichtlijn
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing en bewijslast van accijnstarief op levering rode gasolie zonder bekende afnemersgegevens

Belanghebbende is vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën en leverde rode gasolie aan afnemers waarvan niet alle NAW-gegevens bekend waren. Deze afnemers beschikten niet over de vereiste bunkervergunningen. De kern van het geschil was of belanghebbende de bestemming van de rode gasolie moest aantonen om het lage accijnstarief toe te passen, of dat controle uitsluitend bij de uiteindelijke gebruiker hoefde plaats te vinden.

De Hoge Raad overwoog dat op belanghebbende de bewijslast rust om het lage tarief te rechtvaardigen, waarbij het niet voldoen aan deze bewijslast het hof in staat stelde het reguliere tarief toe te passen. Het hof baseerde zijn oordeel niet op het ontbreken van NAW-gegevens, waardoor het beroep op het gelijkheidsbeginsel ongegrond werd verklaard.

Verder oordeelde de Hoge Raad dat artikel 8 van Pro de Structuurrichtlijn niet onjuist is omgezet in artikel 27, derde lid, van de Wet, ondanks dat de wet uitgaat van bestemming en niet van daadwerkelijk gebruik. De systematiek van de richtlijnen vereist aansluiting bij de bestemming op het moment van levering. Alle overige bezwaren van belanghebbende faalden, en de uitspraak werd niet gepubliceerd.

Uitkomst: Het hof en de Hoge Raad bevestigen dat het reguliere accijnstarief van toepassing is wegens onvoldoende bewijs van de bestemming van de rode gasolie.

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd