ECLI:NL:HR:2008:ZC8117
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek omzetbelasting en oordeelt over terugwerkende kracht wetgeving
Stichting X heeft op 18 mei 1995 samen met Stichting A een verzoek ingediend bij de Inspecteur voor toepassing van artikel 11, lid 1, letter b, aanhef en onder 5°, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Dit verzoek werd door de Inspecteur op 24 juni 1997 afgewezen en na bezwaar gehandhaafd. Het Hof bevestigde deze uitspraak op 12 mei 2000.
Stichting X stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarna beide partijen schriftelijk reageerden op relevante arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uit 2004 en 2005, die betrekking hadden op de terugwerkende kracht van wetgeving en de toepassing daarvan in het kader van omzetbelasting.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot het voorleggen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, waarna de Hoge Raad het cassatieberoep behandelde. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de eerdere afwijzing van het verzoek inzake de omzetbelasting en de rechtmatigheid van de terugwerkende kracht van de wetgeving in overeenstemming met het gemeenschapsrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het verzoek inzake omzetbelasting.