Uitspraak
[woonplaats].
Hoge Raad
De betrokkene stelde in cassatie onder meer dat het voordeel uit de drugshandel verdeeld zou moeten worden over meerdere personen en dat de waarde van verbeurdverklaarde voorwerpen op de betalingsverplichting in mindering gebracht moest worden. Het hof had geoordeeld dat niet was gebleken dat er sprake was van een netwerk met andere dealers, waardoor de betrokkene slechts aannemelijk hoefde te maken dat het voordeel niet geheel aan hem toekwam.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen hogere bewijslast op de betrokkene heeft gelegd en dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen aanleiding tot nadere motivering omdat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het arrest bevestigt daarmee de ontnemingsmaatregel ten laste van de betrokkene en wijst het beroep af. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel blijft gehandhaafd.