ECLI:NL:HR:2008:BG5864

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/070HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswet 341Faillissementswet 355Wet op de rechterlijke organisatie 81
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep bij schuldsaneringsregeling wegens termijnoverschrijding

De zaak betreft een verzoeker die in eerste aanleg bij de rechtbank 's-Hertogenbosch definitief werd toegelaten tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank stelde een saneringsplan vast met een looptijd van drie jaar.

Later stelde de rechtbank vast dat verzoeker tekortgeschoten was in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsanering, waardoor de regeling eindigde. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Na mondelinge behandeling verklaarde het hof verzoeker niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep, een termijnoverschrijding die niet verschoonbaar werd geacht omdat verzoeker tijdens de mondelinge behandeling was geïnformeerd over de datum van uitspraak.

Verzoeker stelde beroep in cassatie tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van termijnen in het procesrecht rond de WSNP.

Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van verzoeker in hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

5 december 2008
Eerste Kamer
R07/070HR
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 4 augustus 2003 is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Vervolgens heeft de rechtbank bij vonnis van 5 augustus 2003 het saneringsplan vastgesteld, waarbij de looptijd van de schuldsaneringsregeling is bepaald op drie jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de schuldsanering van toepassing is verklaard.
Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank bij vonnis van 18 september 2006 vastgesteld dat [verzoeker] toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en heeft de rechtbank verstaan dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van [verzoeker] eindigden op 4 augustus 2006.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 27 maart 2007 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 24 oktober 2008 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 december 2008.