ECLI:NL:HR:2008:BG5806
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in geurproefzaak inbraak Ommen
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een veroordeling wegens een inbraak in een kapsalon te Ommen in augustus 2002. De aanvrager werd veroordeeld op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst. In 2007 kwam aan het licht dat deze geurproeven mogelijk onregelmatig waren uitgevoerd, wat aanleiding gaf tot het herzieningsverzoek.
De Hoge Raad overwoog dat ondanks de onregelmatigheid van de geuridentificatieproef, het beschikbare bewijsmateriaal, zoals getuigenverklaringen, vondsten van inbraakwerktuigen en de aanhouding van de verdachte in de nabijheid van de plaats delict, voldoende is om de betrokkenheid van de aanvrager vast te stellen. Hierdoor was er geen ernstig vermoeden dat de politierechter de aanvrager zonder de geurproef zou hebben vrijgesproken.
De Hoge Raad concludeerde dat het verzoek tot herziening ongegrond is en wees dit af. Hiermee blijft de veroordeling van de aanvrager wegens diefstal met braak onverminderd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling.