ECLI:NL:HR:2008:BG4975

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01258
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging en faillissement na schuldsaneringsregeling volgens WSNP

Verzoeker werd bij vonnis van de rechtbank Utrecht definitief onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Later heeft de rechtbank op verzoek van de bewindvoerder de toepassing van deze regeling beëindigd, waarna een herstelvonnis volgde. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof bekrachtigde de beëindiging van de regeling en vernietigde het herstelvonnis, met de uitleg dat verzoeker van rechtswege failliet zal zijn zodra het arrest in kracht van gewijsde treedt.

Tegen dit arrest stelde verzoeker cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. Hiermee werd de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en het daarop volgende faillissement van verzoeker definitief vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.

Uitspraak

19 december 2008
Eerste Kamer
08/01258
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 15 mei 2007 is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 7 januari 2008 is, op verzoek van de bewindvoerder, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling beëindigd. Hierna heeft de rechtbank op 10 januari 2008 een herstelvonnis gewezen.
Tegen de vonnissen van 7 en 10 januari 2008 heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 13 maart 2008 heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 7 januari 2008 bekrachtigd en het vonnis van 10 januari 2008 vernietigd. Het hof heeft verstaan dat [verzoeker] van rechtswege in staat van faillissement zal komen te verkeren zodra het arrest in kracht van gewijsde is gegaan.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker]s beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.