ECLI:NL:HR:2008:BG4975
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en faillissement na schuldsaneringsregeling volgens WSNP
Verzoeker werd bij vonnis van de rechtbank Utrecht definitief onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Later heeft de rechtbank op verzoek van de bewindvoerder de toepassing van deze regeling beëindigd, waarna een herstelvonnis volgde. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof bekrachtigde de beëindiging van de regeling en vernietigde het herstelvonnis, met de uitleg dat verzoeker van rechtswege failliet zal zijn zodra het arrest in kracht van gewijsde treedt.
Tegen dit arrest stelde verzoeker cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. Hiermee werd de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en het daarop volgende faillissement van verzoeker definitief vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.