ECLI:NL:HR:2008:BG3877
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende ernstig vermoeden vrijspraak bij onbetrouwbare geuridentificatieproef
De aanvrager werd veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens diefstal met bedreiging in vereniging op 6 november 2003 in Zwolle. Na berichtgeving over mogelijke onregelmatigheden bij geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, diende de aanvrager een verzoek tot herziening in op grond van art. 457 Sv Pro.
De Hoge Raad overwoog dat geuridentificatieproeven in de betreffende periode vermoedelijk onregelmatig zijn uitgevoerd, waardoor het bewijs op basis van deze proeven niet betrouwbaar is. Echter, uit het dossier bleek dat ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef voldoende aannemelijk was dat de aanvrager een van de daders was.
De feiten werden onder meer ondersteund door verklaringen van de aangever, een fotoconfrontatie en verklaringen van de mededader en de aanvrager zelf. De Hoge Raad concludeerde dat geen ernstig vermoeden bestond dat de rechtbank de aanvrager anders zou hebben beoordeeld zonder het geurproefresultaat en wees het herzieningsverzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat zonder het geurproefresultaat voldoende bewijs bestaat voor de veroordeling.