ECLI:NL:HR:2008:BG2139
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in Antilliaanse strafzaak
In deze strafzaak tegen de verdachte, die gedetineerd zat in het Huis van Bewaring "Bon Futuro" op Curaçao, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest wat betreft de strafmaat en tot vermindering van de straf, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Op grond van deze termijnoverschrijding werd de straf ambtshalve verminderd van veertien jaar tot dertien jaar en negen maanden gevangenisstraf. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 16 december 2008.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot dertien jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.