ECLI:NL:HR:2008:BG1477
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor oorlogsmisdaden in Afghanistan
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor gezamenlijke schendingen van de wetten en gebruiken van oorlog, gepleegd tijdens de burgeroorlog in Afghanistan.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar wegens gezamenlijke daderschap bij meerdere gewelddaden die ernstige lichamelijke schade veroorzaakten. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de verdachte verworpen, waarbij onder meer werd geoordeeld dat het hof terecht de verklaringen van de verdachte, afgelegd bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, mocht gebruiken zonder schending van het nemo tenetur-beginsel en het recht op privacy.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om het arrest van het hof te vernietigen en bevestigde daarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte voor oorlogsmisdaden onder de Wet Oorlogsstrafrecht. Het arrest benadrukt de universele jurisdictie van Nederlandse rechtbanken voor schendingen van het oorlogsrecht, ongeacht waar deze zijn gepleegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf is bevestigd.