ECLI:NL:HR:2008:BG0973
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling nalatenschap en beschikkingsbevoegdheid deelgenoot bij verdeling gemeenschapsgoed
De zaak betreft een geschil over de verdeling van onroerende zaken die deel uitmaken van een ontbonden maatschap tussen erfgenamen van twee broers. Een van de deelgenoten had haar aandeel in een perceel verkocht aan derden zonder toestemming van de andere deelgenoten. Eiseres stelde dat deze levering nietig of vernietigbaar was wegens het ontbreken van toestemming.
De rechtbank en het hof hebben zich over de verdeling van de percelen uitgesproken, waarbij het hof het perceel in kwestie toebedeelde aan de verkrijgers en een vergoeding aan de andere deelgenoten oplegde. Het hof oordeelde dat het verbod van art. 3:190 lid 1 BW Pro ertoe strekt te voorkomen dat een deelgenoot zonder toestemming de gemeenschap in kleinere gemeenschappen splitst, maar dat dit verbod niet verder strekt dan de ratio ervan vereist.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat in de bijzondere omstandigheden van het geval, waarbij slechts één perceel verdeeld wordt en de verdeling van de overige zaken niet wordt bemoeilijkt, het ontbreken van toestemming geen beroep meer toekomt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.