ECLI:NL:HR:2008:BF8826
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
Verzoekster heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 25 april 2007 af op grond van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet, omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan.
Verzoekster ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 3 juli 2007 bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten van verzoekster leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het arrest bevestigt dat niet te goeder trouw ontstane schulden uitsluiting van de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen.
De uitspraak is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel, Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door Numann op 5 december 2008.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.