ECLI:NL:HR:2008:BF8826

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/133HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 aanhef en onder b FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden

Verzoekster heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 25 april 2007 af op grond van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder b van de Faillissementswet, omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan.

Verzoekster ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 3 juli 2007 bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten van verzoekster leiden niet tot cassatie omdat zij geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het arrest bevestigt dat niet te goeder trouw ontstane schulden uitsluiting van de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen.

De uitspraak is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel, Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door Numann op 5 december 2008.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

5 december 2008
Eerste Kamer
Nr. R07/133HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 14 november 2006 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft [verzoekster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 25 april 2007 het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 3 juli 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 24 oktober 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 december 2008.