ECLI:NL:HR:2008:BF7407

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00393
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswet 288
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling in WSNP

Verzoekster diende op 16 mei 2007 een verzoek in bij de rechtbank Zwolle-Lelystad tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 31 juli 2007 af. Verzoekster ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis op 17 januari 2008 bekrachtigde.

Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep, waarop de advocaat van verzoekster reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 12 december 2008.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

12 december 2008
Eerste Kamer
08/00393
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster] e.v. [de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 16 mei 2007 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad ingediend verzoekschrift heeft [verzoekster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van haar de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 31 juli 2007 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 17 januari 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 20 oktober 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 december 2008.