ECLI:NL:HR:2008:BF7181
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijskracht Turks recht bij aftrek kosten levensonderhoud buitenlandse kinderen
Belanghebbende werd voor het jaar 1999 aangeslagen voor inkomstenbelasting, waarbij aftrek van kosten levensonderhoud van in Turkije wonende kinderen werd betwist. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde het eerdere arrest en verwees de zaak terug naar een ander Hof.
De kern van het geschil betrof de vraag of de door belanghebbende overgelegde Turkse documenten voldoende bewijzen dat de kinderen naar Turks recht erkend zijn en daarmee als zijn kinderen kunnen worden aangemerkt voor aftrekdoeleinden. Het Hof had geoordeeld dat de enkele vermelding van X-Y als vader in geboorteakten onvoldoende was.
De Hoge Raad stelde dat de beoordeling van de bewijskracht van buitenlandse rechtshandelingen een rechtsvraag is die ambtshalve door het Hof onderzocht moet worden. Het Hof had dit onvoldoende gemotiveerd gedaan en moest zich daarom opnieuw vergewissen van het Turkse recht, eventueel met behulp van een deskundigenbericht.
Het arrest werd gewezen door raadsheren Monné, van Maanen en Schaap en bepaalt dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. De proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.