ECLI:NL:HR:2008:BF3944

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02346
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in faillissementszaak wegens ontbreken rechtsvragen belang rechtseenheid

In deze zaak heeft verzoekster bij de rechtbank Amsterdam verzocht om verweerster in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen en een curator benoemd. Verweerster stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het gerechtshof vernietigde het vonnis en wees het faillissementsverzoek af, omdat niet voldoende was komen vast te staan dat verweerster was opgehouden te betalen.

Verzoekster stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het cassatieberoep verworpen.

De Hoge Raad veroordeelde verzoekster tot betaling van de proceskosten in cassatie. Het arrest werd gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2008.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

14 november 2008
Eerste Kamer
08/02346
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Groen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 februari 2008 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft [verzoekster] zich gewend tot die rechtbank en verzocht [verweerster] in staat van faillissement te verklaren.
[Verweerster] heeft het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 8 april 2008 [verweerster] in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een curator.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 23 mei 2008, verbeterd bij arresten van 28 mei 2008 en 29 juli 2008, het bestreden vonnis vernietigd en het inleidend verzoek afgewezen.
Voornoemde arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 23 mei 2008, hersteld bij arrest van 28 mei 2008, heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 november 2008.