ECLI:NL:HR:2008:BF3939

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13502
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsanering wegens niet-nakoming verplichtingen bevestigd door Hoge Raad

Verzoekers tot cassatie waren in een schuldsaneringsregeling geplaatst door de rechtbank 's-Gravenhage. Na benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder werd de regeling definitief toegepast. Op voordracht van de rechter-commissaris beëindigde de rechtbank de regeling tussentijds wegens niet-nakoming van verplichtingen door verzoekers. De rechtbank bepaalde dat verzoekers in staat van faillissement zouden verkeren zodra het vonnis kracht van gewijsde kreeg.

Verzoekers stelden hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens werd cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen door verzoekers.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming.

Uitspraak

21 november 2008
Eerste Kamer
07/13502
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker 1], en
[Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.S.M. Dietz de Loos-Schrijver.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 oktober 2006 is ten aanzien van [verzoeker] c.s. de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank bij vonnis van 9 augustus 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en bepaald dat, voor het geval haar vonnis kracht van gewijsde krijgt, [verzoeker] c.s. in staat van faillissement zullen verkeren.
Tegen dit vonnis hebben [verzoeker] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 6 december 2007 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 november 2008.