ECLI:NL:HR:2008:BF3797

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10309
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • C.J.J. van Maanen
  • C. Schaap
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:9, lid 2, Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid beroep tegen waardering onroerende zaak ondanks twijfel over tijdige poststempeling

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van een onroerende zaak door de gemeente Haarlemmermeer. Na handhaving van de beschikking door het gemeentelijke belastinghoofd, kwam belanghebbende in beroep bij de Rechtbank. Deze verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende stelde verzet in, dat door de Rechtbank werd gegrond verklaard op basis van twijfel over de tijdige poststempeling van het beroepschrift.

Het College van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de Rechtbank over de poststempeling geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat de feitelijke waardering niet in cassatie kan worden getoetst. Hierdoor is belanghebbende niet kennelijk niet-ontvankelijk en blijft de beoordeling van de ontvankelijkheid aan de Rechtbank die de zaak verder behandelt.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep van het College af en legde geen proceskostenveroordeling op. Tevens werd een griffierecht van €433 geheven aan de gemeente Haarlemmermeer.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk is.

Uitspraak

Nr. 07/10309
3 oktober 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer te Hoofddorp (hierna: het College) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Haarlem van 6 juni 2007, nr. AWB 06/12241, op het verzet van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen na te melden uitspraak van de Rechtbank betreffende een ten aanzien van belanghebbende genomen beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Het geding in feitelijke instantie
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft het hoofd van de sector Belastingen van de gemeente Haarlemmermeer bij uitspraak de beschikking gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft bij uitspraak van 18 januari 2007 het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan.
De Rechtbank heeft bij haar in cassatie bestreden uitspraak het verzet gegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. De Rechtbank heeft het verzet gegrond verklaard. Daartoe heeft de Rechtbank geoordeeld dat bij een poststempel van maandag 27 november 2006 niet is uitgesloten dat het beroepschrift niet later dan vrijdagavond 24 november 2006 - derhalve vóór het einde van de beroepstermijn - ter post is bezorgd.
3.2. Dit oordeel wordt in cassatie tevergeefs bestreden, nu het geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid kan worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
3.3. Het vorenstaande betekent slechts dat belanghebbende niet kennelijk niet-ontvankelijk is in haar beroep en dat de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep wordt overgelaten aan de rechter die na de gegrondverklaring van het verzet de zaak in behandeling neemt (vgl. HR 20 december 2000, nr. 35722, BNB 2001/73).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen en C. Schaap, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2008.
Van de gemeente Haarlemmermeer wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 433.